Preek
Vergeven en woede beheersen: de afstand tussen harten overbruggen
Woede zet afstand tussen harten; vergeving overbrugt die. De vergeving van onze Heer, het voorbeeld van onze Profeet en de metgezellen, de maatstaf van vergeving, het profetische recept bij woede en zeven voornemens voor ons leven in Europa.
Vertaald uit het Turkse origineel. Het Turkse origineel lezen →

Woede zet afstand tussen harten; vergeving overbrugt die.
De beelden zijn illustratieve scènes uit het leven van een hedendaagse gemeenschap in Europa.Vier kerngedachten
- Vergeving is de deugd van de sterke.Ware kracht is kunnen afzien, terwijl je kunt terugslaan.
- Vergeven is geen instemmen met onrecht.Je recht zoeken is wettig; bij geweld gaat veiligheid voor.
- Het profetische recept bij woede.Zoek toevlucht bij Allah, zwijg, ga zitten, neem woedoe, stel de beslissing uit.
- Laat onmin niet langer dan drie dagen duren.De beste is wie als eerste groet.
Opening: de stem van woede, de rust van vergeving
الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ، وَالصَّلَاةُ وَالسَّلَامُ عَلَى رَسُولِنَا مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِهِ وَصَحْبِهِ أَجْمَعِينَ
رَبِّ اشْرَحْ لِي صَدْرِي وَيَسِّرْ لِي أَمْرِي وَاحْلُلْ عُقْدَةً مِّن لِّسَانِي يَفْقَهُوا قَوْلِي
Alle lof komt Allah toe, de Heer der werelden. Allahs zegen en vrede zij met onze Profeet Mohammed, met zijn familie en al zijn metgezellen. Mijn Heer! Verruim mijn hart, maak mijn taak licht en maak de knoop in mijn tong los, opdat zij mijn woorden begrijpen.
Lofprijzing: al-Fatiha, 1:2. Zegenbede: vrije tekst. Smeekbede: Ta-Ha, 20:25–28
Beste gelovigen! Dierbare broeders en zusters, die de vermoeidheid van ons leven hier in Europa met geduld dragen en de last van de broederschap met barmhartigheid!
Laten we ons een gewone dag voorstellen. De tram is te laat, de ploegbaas verheft zijn stem waar iedereen bij is, ’s avonds snijdt iemand ons de pas af in het verkeer. Thuis wacht ons een onafgemaakte huistaak, en op de telefoon een kwetsend bericht van een familielid. De last die zich de hele dag opstapelt, ontlaadt zich soms in geschreeuw tegen degene van wie we het meest houden. Dan komt de spijt; maar een uitgesproken woord keert niet terug.
Woede is een gast die we allemaal kennen; sommigen ontvangen hem op de drempel, anderen geven hem de ereplaats. Vandaag spreken we over twee grote lessen die onze Heer en onze Profeet ons hebben geleerd: woede beheersen en vergeven. Die twee horen bij elkaar. Wie zich niet beheerst, kan niet vergeven; en wie niet leert vergeven, blijft zijn woede in zijn hart meedragen.
Hier in Europa is dit voor ons extra belangrijk. In een omgeving waarvan we de taal niet volledig beheersen, niet begrepen worden, onterechte woorden te horen krijgen en ons op het werk en op school voortdurend moeten bewijzen: dat alles maakt een mens moe, en soms ook boos. Laten we die woede niet meenemen naar ons huis en naar onze gemeenschap. Woede zet afstand tussen harten; vergeving overbrugt die.

I. De betekenis van vergeving: uitwissen, de bladzijde omslaan, bedekken
‘Afw, safh en maghfira: drie woorden waarmee de Koran vergeving verdiept.
إِنَّ الْإِنسَانَ خُلِقَ هَلُوعًا إِذَا مَسَّهُ الشَّرُّ جَزُوعًا وَإِذَا مَسَّهُ الْخَيْرُ مَنُوعًا
Voorwaar, de mens is geschapen met een zeer ongeduldige aard. Treft hem iets kwaads, dan blijft hij klagen. Maar valt hem iets goeds ten deel, dan laat hij niemand anders ervan genieten.
al-Ma‘arij, 70:19–21
De verzen wijzen op de neiging van de mens tot ongeduld, klagen en egoïsme; meteen daarna zonderen ze de gelovigen die trouw hun gebed verrichten en in de Dag van de Afrekening geloven, van deze zwakheid uit (al-Ma‘arij, 70:22–35). Zwakheid zit in onze natuur; de weg om haar te temmen, ligt in onze religie.
Beste broeders en zusters! Het woord ‘afw betekent letterlijk “tenietdoen, volledig wegvegen”; in de taal van de ethiek en het recht betekent het: wie kwaad en onrecht heeft gedaan, vergeven en afzien van de straf die hij verdient. Zoals de wind een spoor in het zand uitwist, zo wist vergeving het spoor uit dat het kwaad in het hart heeft achtergelaten. (TDV İslâm Ansiklopedisi, “Af”.)
De Koran verdiept deze les met drie woorden. ‘Afw is afzien van je recht. Safh is de bladzijde omslaan en iemand het gebeurde niet meer voor de voeten werpen; ar-Raghib al-Isfahani zegt dat safh een nog fijnere graad is dan ‘afw, omdat je daarbij ook het verwijt laat varen. Maghfira ten slotte is de fout bedekken en niet blootleggen. Deze drie staan samen in een vers dat over het gezinsleven spreekt: “Als jullie vergeven, niet nadragen en vergiffenis schenken, dan is Allah voorwaar zeer vergevingsgezind, zeer barmhartig.” (al-Taghabun, 64:14)
- ‘Afw عَفْو
- Afzien van de verdiende vergelding; het spoor van het kwaad uitwissen.
- Safh صَفْح
- De bladzijde omslaan; ophouden met verwijten en iemand niets meer voor de voeten werpen.
- Kazm al-ghayz كَظْمُ الْغَيْظِ
- Opwellende woede binnenhouden en niet laten overslaan op woord of hand.
- Hilm حِلْم
- Een zachtmoedig karakter dat woede beheerst en niet overhaast handelt.
In de samenleving van de jahiliyya, de tijd van onwetendheid vóór de islam, gold kwaad met kwaad vergelden als dapperheid, terwijl vergeven werd gezien als een teken van zwakte en onmacht. De Koran keerde die maatstaf om. Door telkens te herinneren aan Allahs vergevingsgezindheid en Zijn vergiffenis maakte hij van vergeving een hoge morele deugd; hij verklaarde zelfs: “Vergeven staat dichter bij godsbewustzijn” (al-Baqara, 2:237).
وَجَزَاءُ سَيِّئَةٍ سَيِّئَةٌ مِّثْلُهَا فَمَنْ عَفَا وَأَصْلَحَ فَأَجْرُهُ عَلَى اللَّهِ إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الظَّالِمِينَ
De vergelding van een slechte daad is een slechte daad die eraan gelijk is; maar wie vergeeft en de weg van herstel kiest, diens beloning komt van Allah. Voorwaar, Hij houdt niet van hen die onrecht plegen.
al-Shura, 42:40
Het vers erkent eerst de rechtvaardigheid: de vergelding van kwaad is wat eraan gelijk is; wat daarboven gaat, is onrecht. Daarna opent het een hogere deur: wie vergeeft en de relatie herstelt, diens beloning neemt Allah op Zich. Let goed op: het vers zegt niet alleen “wie vergeeft”, maar “wie vergeeft en herstelt”. Vergeven betekent breuken willen helen.
Ware kracht is kunnen afzien, terwijl je kunt terugslaan. Wie zwijgt omdat hij niets kan doen, heeft geduld geoefend; maar wie vergeeft terwijl hij kan terugslaan, heeft vergeven. Daarom is vergeving een deugd van sterken, niet van zwakken.

II. Wie vergeving zoekt, vergeeft: de vergeving van onze Heer
Wie onze Heer, al-‘Afuww, al-Ghafur en as-Sattar, om vergeving vraagt, vergeeft ook Zijn dienaren.
إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَفُوًّا غَفُورًا
Voorwaar, Allah is zeer vergevend, zeer vergevingsgezind.
al-Nisa’, 4:43; slotzin van het vers
Onze Heer wist met Zijn naam al-‘Afuww de fouten uit, vergeeft met Zijn naam al-Ghafur de zonden en bedekt met Zijn naam as-Sattar de misstappen. Veel van de beproevingen die ons treffen, komen door wat onze eigen handen hebben gedaan; toch vergeeft Hij er heel veel van (al-Shura, 42:30). Als Hij ons meteen ter verantwoording riep voor wat we doen, zou Hij op aarde geen enkel levend wezen overlaten; maar Hij geeft ons uitstel en houdt de deur van terugkeer open (Fatir, 35:45).
إِنَّ رَحْمَتِي سَبَقَتْ غَضَبِي
Mijn genade overtreft Mijn toorn.
al-Bukhari, Tawhid, 22 (7422); uittreksel uit een hadith qudsi
Deze blijde boodschap stelt ons een vraag. Het vers dat we straks in het verhaal van Abu Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) zullen horen, eindigt zo: “Willen jullie dan niet dat Allah jullie vergeeft?” (al-Nur, 24:22) Wie elke nacht smeekt: “O Allah, vergeef mij”, moet overdag ook de kleine fout van zijn broeder kunnen vergeven. Wie vergeving zoekt, vergeeft.
Toen onze moeder Aïsja vroeg welke smeekbede ze moest doen als ze de Nacht van de Beschikking (Laylat al-Qadr) zou meemaken, leerde onze Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) haar deze smeekbede:
اللَّهُمَّ إِنَّكَ عَفُوٌّ تُحِبُّ الْعَفْوَ فَاعْفُ عَنِّي
O Allah! U bent zeer vergevend, U houdt van vergeven; vergeef mij dan.
at-Tirmidhi, Da‘awat, 84 (3513)
We aanbidden een Heer die van vergeven houdt. Laten we ook voor ons hart een deel van deze eigenschap van Hem vragen. Terwijl we de rekening tussen ons en onze Heer bijhouden in de hoop op vergeving, laten we de rekening tussen ons en de mensen niet in een register van wraak noteren. We houden in ons hart een register van wrok bij en vragen tegelijk onze Heer om ons register van vergeving te openen: hoe valt dat te rijmen met de vraag van soera al-Nur?

III. De vergeving van de Profeet, barmhartigheid voor de werelden
Van de inname van Mekka tot de weg naar Ta’if en het zwaard van Ghawrath: geen wraak, maar vergeving.
Dierbare broeders en zusters! Het mooiste voorbeeld van vergeving zien we in het leven van de Boodschapper van Allah.
لَمْ يَكُنْ فَاحِشًا وَلَا مُتَفَحِّشًا وَلَا صَخَّابًا فِي الْأَسْوَاقِ، وَلَا يَجْزِي بِالسَّيِّئَةِ السَّيِّئَةَ، وَلَكِنْ يَعْفُو وَيَصْفَحُ
Hij sprak geen grove taal en gebruikte geen vuile woorden; hij schreeuwde niet op de markten. Hij vergold kwaad niet met kwaad, maar hij vergaf en droeg het niet na.
at-Tirmidhi, Birr, 69 (2016)
In een andere overlevering zegt Aïsja (moge Allah tevreden met haar zijn): de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) heeft nooit wraak genomen op iemand voor wat hem persoonlijk werd aangedaan; alleen wanneer de grenzen die Allah gesteld heeft, werden geschonden, voerde hij omwille van Allah het oordeel uit. (al-Bukhari, Hudud, 42) In deze zin schuilt een grote maatstaf: vergevend zijn voor onszelf, rechtvaardig voor het recht van Allah en van de mensen.
De inname van Mekka: “Vandaag treft jullie geen verwijt”
De polytheïsten van Mekka hadden onze Profeet bespot, hem met de dood bedreigd, doornen op zijn pad gestrooid en vuil over hem gegooid terwijl hij zich in het gebed ter aarde boog. Ze hadden zijn metgezellen gefolterd en hen uit hun woonplaats verdreven. Toen de Boodschapper van Allah acht jaar na de uittocht naar Medina (hijra) als overwinnaar Mekka binnentrok, stonden zij die hem jarenlang hadden gekweld rond de Kaaba te wachten op het woord dat uit zijn mond zou komen.
“Mensen van Quraysh! Hoe denken jullie dat ik jullie zal behandelen?” vroeg hij. “We verwachten iets goeds; u bent een edele broeder en de zoon van een edele broeder”, antwoordden zij. Toen herhaalde de Boodschapper van Allah de woorden die profeet Yusuf (Jozef) sprak tot zijn broers, die hem in de put hadden gegooid:
لَا تَثْرِيبَ عَلَيْكُمُ الْيَوْمَ يَغْفِرُ اللَّهُ لَكُمْ وَهُوَ أَرْحَمُ الرَّاحِمِينَ
Vandaag treft jullie geen verwijt. Moge Allah jullie vergeven; Hij is de Barmhartigste van de barmhartigen.
Yusuf, 12:92; uittreksel uit het vers
Daarna voegde hij eraan toe: “Ga, jullie zijn allemaal vrij!” (al-Bayhaqi, as-Sunan al-kubra, IX, 195) Deze vergeving deed wat zwaarden niet vermochten. Harten die gisteren vijandig waren, openden zich in korte tijd voor het geloof en de broederschap. De gunst waarover onze Heer zegt: “Toen jullie elkaars vijanden waren, bracht Hij jullie harten samen” (Al ‘Imran, 3:103), werd opnieuw werkelijkheid door de hand van vergeving.
Terugkeer uit Ta’if: “Moge uit hun nageslacht dienaren van Allah voortkomen”
Op een dag vroeg Aïsja aan de Boodschapper van Allah of hij ooit een dag had beleefd die zwaarder was dan de dag van Uhud. Onze Profeet vertelde over zijn terugkeer uit Ta’if. Hij was naar Ta’if gegaan om de islam te verkondigen, maar zijn oproep werd niet aanvaard. Volgens de bronnen over het leven van de Profeet dreven de vooraanstaanden van de stad de spot met hem, en de mensen die ze achter hem aan stuurden, gooiden met stenen tot zijn gezegende voeten bloedden. Toen hij bedroefd op weg ging, hief hij zijn hoofd op en zag hij de engel Gabriël in een wolk. Gabriël liet hem weten dat Allah had gehoord wat zijn volk had gezegd, en dat Hij de engel van de bergen had gestuurd. De engel groette hem en zei dat hij, als de Profeet dat wilde, de twee grote bergen van Mekka over hen heen kon laten neerkomen. Het antwoord van de Profeet van barmhartigheid was:
بَلْ أَرْجُو أَنْ يُخْرِجَ اللَّهُ مِنْ أَصْلَابِهِمْ مَنْ يَعْبُدُ اللَّهَ وَحْدَهُ لَا يُشْرِكُ بِهِ شَيْئًا
Nee! Ik hoop juist dat Allah uit hun nageslacht mensen zal laten voortkomen die Hem alleen aanbidden en niets aan Hem als deelgenoot toekennen.
al-Bukhari, Bad’ al-Khalq, 7 (3231); uittreksel uit de overlevering
Zelfs terwijl de stenen zijn voeten verwondden, keek hij niet naar het heden van de ander, maar naar diens toekomst. In een andere hadith vertelt onze Profeet over een eerdere profeet die door zijn volk werd geslagen tot zijn gezicht bloedde: terwijl die profeet het bloed van zijn gezicht veegde, zei hij: “O Allah! Vergeef mijn volk, want zij weten niet.” (al-Bukhari, Anbiya’, 54) Met diezelfde profetische moraal wenste ook de Boodschapper van Allah niet de ondergang, maar de rechte leiding van de mensen van Ta’if. Ruim tien jaar later stuurden de mensen van Ta’if een delegatie naar Medina en werden zij uit eigen beweging moslim.
Ghawrath: “Wie zal jou van mij redden?”
Bij de terugkeer van een veldtocht had de Boodschapper van Allah zich wat van zijn metgezellen verwijderd; hij had zijn zwaard aan een boom gehangen en rustte in de schaduw ervan. Een polytheïst, Ghawrath ibn al-Harith, sloop dichterbij, nam het zwaard en ging bij zijn hoofd staan: “Wie zal jou van mij redden?” Onze Profeet zei kalm: “Allah!” In de overlevering van al-Bukhari wordt verteld dat de Boodschapper van Allah zijn metgezellen riep, hun vertelde wat er gebeurd was en de man niet strafte. In de overlevering van imam Ahmad wordt dan weer verteld dat het zwaard uit de hand van Ghawrath viel, dat onze Profeet het zwaard deze keer opnam, dezelfde vraag stelde en het antwoord “Niemand” kreeg, en hem toch vrijliet. (al-Bukhari, Maghazi, 32; Ibn Hanbal, III, 389)
De bronnen vermelden dat Ghawrath na dit voorval moslim werd, of op zijn minst beloofde nooit meer tegen moslims te strijden en naar zijn volk terugkeerde. (TDV İslâm Ansiklopedisi, “Dü’sûr b. Hâris”.) Wij behoren tot de gemeenschap van een Profeet die zelfs toen men hem naar het leven stond, niet voor wraak maar voor vergeving koos. De meesten die ons kwetsen, vallen in het niet bij wat Ghawrath deed.

IV. De vergeving van de metgezellen: “Ik wil dat Allah mij vergeeft”
Abu Bakr en Mistah: een vergeving die hem dierbaarder was dan zijn gekrenktheid.
Abu Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn) hielp Mistah, de kleinzoon van zijn tante, voortdurend omdat hij familie was en arm. Toen de hypocrieten tijdens de lasteraffaire (al-ifk) onze moeder Aïsja belasterden, deed helaas ook Mistah mee aan die praatjes. Denk aan de wond van een vader wiens dochters eer wordt besmeurd. Toen de verzen neerdaalden die de onschuld van onze moeder Aïsja bekendmaakten, zwoer Abu Bakr dat hij Mistah niet langer zou helpen. Daarop werd het volgende vers geopenbaard:
وَلَا يَأْتَلِ أُولُو الْفَضْلِ مِنكُمْ وَالسَّعَةِ أَن يُؤْتُوا أُولِي الْقُرْبَىٰ وَالْمَسَاكِينَ وَالْمُهَاجِرِينَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَلْيَعْفُوا وَلْيَصْفَحُوا أَلَا تُحِبُّونَ أَن يَغْفِرَ اللَّهُ لَكُمْ وَاللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Laten de gulle en welgestelde mensen onder jullie niet zweren dat zij de verwanten, de armen en wie op de weg van Allah is uitgeweken, niets meer zullen geven. Laten zij vergeven en niet nadragen; willen jullie dan niet dat Allah jullie vergeeft? Allah is zeer vergevingsgezind, zeer barmhartig.
al-Nur, 24:22
Toen Abu Bakr het vers hoorde, aarzelde hij geen moment: “Bij Allah, ik wil zeker dat Allah mij vergeeft!” zei hij. Hij brak zijn eed, verrichtte de boetedoening ervoor en hervatte zijn hulp aan Mistah. (al-Bukhari, ifk-hadith; Kur’an Yolu, IV, 63) De vader die het diepst in zijn hart gekwetst was, hield meer van de vergeving van zijn Heer dan van zijn eigen gekrenktheid.
Er wordt overgeleverd dat de engel Gabriël, toen het vers uit soera al-A‘raf “Kies vergeving, gebied het goede en wend je af van de onwetenden” (7:199) werd geopenbaard, op een vraag van de Boodschapper van Allah zei: “Je Heer gebiedt je goed te doen aan wie jou kwaad doet, te geven aan wie jou niets geeft en de band te onderhouden met wie hem met jou verbreekt.” (at-Tabari, geciteerd in Kur’an Yolu, II, 648–650)
وَلَا تَسْتَوِي الْحَسَنَةُ وَلَا السَّيِّئَةُ ادْفَعْ بِالَّتِي هِيَ أَحْسَنُ فَإِذَا الَّذِي بَيْنَكَ وَبَيْنَهُ عَدَاوَةٌ كَأَنَّهُ وَلِيٌّ حَمِيمٌ
Het goede en het kwade zijn niet gelijk. Weer het kwade af met wat het beste is; dan zul je zien dat degene met wie je in vijandschap leefde, als het ware een warme vriend is geworden!
Fussilat, 41:34
Az-Zamakhshari legt dit vers zo uit: “Als iemand je kwaad doet, is het een goede daad om hem te vergeven; maar nog beter is het om zijn kwaad met goed te beantwoorden. Als je dat doet, wordt je meedogenloze vijand een warme vriend.” (Kur’an Yolu, IV, 708–710) Het volgende vers herinnert er meteen aan dat deze graad niet makkelijk te bereiken is: alleen wie geduldig is en wie een groot deel van het goede ontvangen heeft, bereikt haar (Fussilat, 41:35). De metgezellen leerden vergeving niet als een woord, maar als een levenswijze.

V. De maatstaf van vergeving: vergeven is geen instemmen met onrecht
Vergeving is een deugd, maar betekent niet het recht, de rechtvaardigheid en de veiligheid opgeven.
Beste broeders en zusters! Vergeving goed begrijpen is de eerste voorwaarde om haar goed te beleven.
We hebben vergeving geprezen; laten we nu ook een misverstand rechtzetten. Vergeven betekent niet instemmen met onrecht, en evenmin je recht, de rechtvaardigheid en de veiligheid opgeven. Wanneer de Koran de gelovigen beschrijft, prijst hij zowel hen die niet buigen voor onrecht als hen die vergeven:
وَالَّذِينَ إِذَا أَصَابَهُمُ الْبَغْيُ هُمْ يَنتَصِرُونَ
وَلَمَن صَبَرَ وَغَفَرَ إِنَّ ذَٰلِكَ لَمِنْ عَزْمِ الْأُمُورِ
Zij die, wanneer onrecht hen treft, samen voor hun recht opkomen… En wie geduldig is en vergeeft: dat behoort voorwaar tot de zaken die vastberadenheid waard zijn.
al-Shura, 42:39 en 43
De geleerden verwoorden dit evenwicht zo: dat iemand die onrecht heeft ondergaan, vergeeft, is een deugd; maar zonder de instemming van het slachtoffer kan niemand en geen enkele instelling de dader in diens naam vergeven. (TDV İslâm Ansiklopedisi, “Af”.) Het recht om te vergeven komt het slachtoffer toe; de taak om recht te doen ligt bij de wettige instanties. Wie onrecht heeft ondergaan, zoekt zijn recht langs wettige weg of kiest ervoor te vergeven; beide zijn wettig, maar vergeven is verdienstelijker.
Je recht zoeken
- Niet buigen voor onrecht (al-Shura, 42:39)
- Een beroep doen op wettige wegen, deskundigen en het recht
- Veiligheid beschermen, grenzen stellen
Vergeven
- Geduldig zijn en vergeven (al-Shura, 42:43)
- De wrok uit het hart rukken
- Breuken willen helen
Beide zijn wettig; vergeven is verdienstelijker.
Daarom: wie tegen een broeder of zuster die in het gezin geweld, bedreiging, vernedering of misbruik meemaakt, zegt: “Wees geduldig, vergeef, laat je gezin niet uiteenvallen”, en verder zwijgt, zet vergeving op de verkeerde plaats. De Boodschapper van Allah sloeg nooit een vrouw of een dienaar met zijn hand. (Muslim, Fada’il, 79) Leven, verstand en eer zijn ons toevertrouwd; de veiligheid van het slachtoffer gaat voor. Een beroep doen op de hulplijnen, de deskundigen en de juridische wegen in het land waar we wonen, is niet in strijd met de religie: het is beschermen wat ons is toevertrouwd.
Vergeven is ook niet vergeten. De Boodschapper van Allah vergaf Wahshi, die zijn oom Hamza als martelaar had gedood, toen hij moslim werd; maar hij vroeg hem om, als het kon, niet onder zijn ogen te komen. (al-Bukhari, Maghazi, 24) Wie vergeeft, mag dus grenzen stellen om zichzelf te beschermen: hij rukt de wrok uit zijn hart, maar laat de voorzichtigheid niet varen.
Dan zijn er nog de rechten van anderen. Als we iemands bezit, arbeid of eer hebben aangetast, volstaat het niet om alleen “Moge Allah vergeven” te zeggen; we moeten het recht aan de rechthebbende teruggeven, zijn hart winnen en hem vragen ons te vergeven en vrij te spreken. Onze Profeet heeft bevolen dat wie tegenover zijn broeder een onrecht op zijn geweten heeft, dat vandaag met hem moet rechtzetten, zodat ze elkaar om vergeving vragen en vrijspreken, voordat de dag komt waarop goud en zilver niets meer waard zijn. (al-Bukhari, Mazalim, 10)

VI. Woede: een emotie om te temmen
Woede is aangeboren; het probleem is de teugel aan de woede overlaten.
Beste broeders en zusters! Woede is een emotie die Allah de mens heeft gegeven. Op de juiste plaats en in de juiste mate beschermt de mens er zijn leven, zijn gezin, zijn vaderland en het recht mee; ze houdt zijn geweten wakker tegenover onrecht. Het probleem zit niet in het bestaan van woede, maar in het feit dat woede de teugels overneemt. Woede lijkt op een getemd paard: zolang we de teugel in handen hebben, brengt het ons naar de bestemming; verliezen we de teugel, dan sleurt het ons de afgrond in. Boos worden is menselijk; slaaf zijn van je woede is geen deugd.
الَّذِينَ يُنفِقُونَ فِي السَّرَّاءِ وَالضَّرَّاءِ وَالْكَاظِمِينَ الْغَيْظَ وَالْعَافِينَ عَنِ النَّاسِ وَاللَّهُ يُحِبُّ الْمُحْسِنِينَ
Zij geven op Allahs weg, in voorspoed en in tegenspoed, bedwingen hun woede en vergeven de mensen. Allah houdt van de weldoeners.
Al ‘Imran, 3:134
Het woord dat met “woede” is vertaald, ghayz, is de opwelling in het hart tegenover iets wat ons niet bevalt. Kazim is wie zijn woede bedwingt en, hoewel hij ertoe in staat is, geen wraak probeert te nemen op wie hem schade heeft berokkend. (Kur’an Yolu, I, 671–674) Het woord heeft oorspronkelijk de betekenis van het stevig dichtbinden van een tot de rand gevulde waterzak. Wie zijn woede inslikt, is als iemand die de opening dichtbindt van een waterzak die op het punt staat over te lopen. De volgorde in het vers toont ons drie opgaande treden:
- 1Woede inslikkenkazm al-ghayzTong en hand bedwingen
- 2Vergeven‘afw en safhAfzien van je recht, niet verwijten
- 3Goed doenihsanKwaad met goed beantwoorden
“Allah houdt van de weldoeners.”
Ook soera al-Shura noemt de gelovigen “zij die vergeven, zelfs wanneer ze boos zijn” (42:37). Toen men Abdullah ibn al-Mubarak vroeg: “Beschrijf goed karakter voor ons in één woord”, antwoordde hij: “Het is woede laten varen.” (Ibn Rajab, Jami‘ al-‘ulum wa-l-hikam, commentaar op hadith 16) Onze Profeet zei tegen al-Ashajj, de leider van de delegatie van ‘Abd al-Qays: “Jij hebt twee eigenschappen die Allah liefheeft: hilm en ta’anni.” (Muslim, Iman, 25) Hilm is het zachtmoedige karakter dat woede beheerst; ta’anni is weloverwogen handelen, zonder haast.
Ware kracht en de afstand tussen harten
أَنَّ رَجُلًا قَالَ لِلنَّبِيِّ ﷺ أَوْصِنِي، قَالَ: لَا تَغْضَبْ. فَرَدَّدَ مِرَارًا، قَالَ: لَا تَغْضَبْ
Een man zei tegen onze Profeet: “Geef mij raad.” Onze Profeet zei: “Word niet boos!” De man herhaalde zijn vraag meerdere keren; telkens zei de Boodschapper van Allah: “Word niet boos!”
al-Bukhari, Adab, 76 (6116)
Misschien verwachtte de man een lange vermaning; maar de Boodschapper van Allah gaf hem met één woord de sleutel die vele deuren opent. Want veel kwaad komt binnen door de deur die woede opent: kwetsende woorden, beledigingen, laster, eden en verstotingen uitgesproken in woede, geweld, jarenlange onmin… Wie zijn woede beheerst, sluit de meeste van die deuren.
لَيْسَ الشَّدِيدُ بِالصُّرَعَةِ، إِنَّمَا الشَّدِيدُ الَّذِي يَمْلِكُ نَفْسَهُ عِنْدَ الْغَضَبِ
De sterke is niet wie zijn tegenstander bij het worstelen neerlegt; werkelijk sterk is wie zich in een moment van woede beheerst.
al-Bukhari, Adab, 76 (6114); Muslim, Birr, 107
Onze Profeet bracht de blijde boodschap dat Allah wie zijn woede inslikt terwijl hij ertoe in staat is, op de Dag der Opstanding ten overstaan van iedereen zal roepen en hem zal laten kiezen welke paradijsmaagd hij maar wil. (Abu Dawud, Adab, 3; at-Tirmidhi, Birr, 74) Ware heldenmoed is in woede je tong en je hand kunnen bedwingen.
meer woede, meer afstandmeer liefde, dichtere harten
- Schreeuwenharten ver weg
- Pratenafstand krimpt
- Fluisterenharten dichtbij
- Aankijkenwoorden overbodig

VII. Als de woede opwelt: het profetische recept
Toevlucht zoeken bij Allah, zwijgen, van houding veranderen, woedoe verrichten, de beslissing uitstellen.
Nog voor woede de stem van de mens verheft, dempt ze de stem van zijn hart. Daarom moeten we in een discussie eerst niet onze woorden, maar onze woede beheersen. Onze Profeet heeft ons ook daartoe de weg gewezen:
- Toevlucht zoeken bij Allah
Toen de Boodschapper van Allah twee mensen zag die boos waren op elkaar, zei hij: “Ik ken een woord; als hij het zou zeggen, zou zijn woede verdwijnen: A‘udhu billahi min ash-shaytan ar-rajim.” (al-Bukhari, Adab, 76; Muslim, Birr, 109)
- Zwijgen
“Wie van jullie boos is, moet zwijgen.” (Ibn Hanbal, I, 239) Wat niet in woede gezegd is, brengt ook geen spijt.
- Houding veranderen
“Als een van jullie boos wordt terwijl hij staat, laat hij dan gaan zitten; verdwijnt zijn woede, dan is het goed, en zo niet, laat hij dan gaan liggen.” (Abu Dawud, Adab, 4)
- Woedoe verrichten
Er is ook een overlevering die aanraadt het vuur van de woede met water te blussen; hoewel haar keten van overleveraars zwak is, hebben de geleerden dit advies aanvaard als een nuttige maatregel. (Abu Dawud, Adab, 4) Wie opstaat om woedoe te verrichten, verwijdert zich bovendien uit de omgeving die de woede aanwakkert.
- Een pauze nemen en de beslissing uitstellen
In woede neem je geen beslissingen, verstuur je geen berichten en zweer je geen eden. Hilm en ta’anni leren ons de beslissing over te laten aan een rustig moment.
وَإِمَّا يَنزَغَنَّكَ مِنَ الشَّيْطَانِ نَزْغٌ فَاسْتَعِذْ بِاللَّهِ إِنَّهُ هُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ
En als er van de satan een aansporing tot je komt, zoek dan meteen toevlucht bij Allah; want Hij is de Alhorende, de Alwetende.
Fussilat, 41:36
VIII. Woede en vergeving in Europa: thuis, op het werk, op straat, op het scherm
Woede temmen in alledaagse situaties: thuis, op het werk, op straat, op het scherm en in de gemeenschap.
Dierbare broeders en zusters! Laten we deze les nu in ons dagelijks leven brengen.

Thuis
De plaats waar woede de diepste wonden slaat, is het huis; want tegenover wie ons het naast staat, houden we ons het minst in. Anas diende de Boodschapper van Allah tien jaar lang en zei dat hij van hem nooit ook maar één keer “oef” had gehoord. (Muslim, Fada’il, 51) Een opvoeding met geschreeuw leert angst; een kalm en vastberaden woord leert vertrouwen. Woorden en eden die echtgenoten in een opwelling van woede uitspreken, kunnen tot levenslange spijt leiden.
وَلَوْ كُنتَ فَظًّا غَلِيظَ الْقَلْبِ لَانفَضُّوا مِنْ حَوْلِكَ فَاعْفُ عَنْهُمْ وَاسْتَغْفِرْ لَهُمْ
Was je grof en hardvochtig geweest, dan waren ze van je weggelopen. Vergeef hen dus en vraag vergeving voor hen.
Al ‘Imran, 3:159; uittreksel uit het vers

Op het werk en onderweg
Een onterecht woord tijdens de ploegendienst, een claxon in het verkeer, een ongeduldige klant aan de kassa… Hier in Europa is al ons gedrag tegelijk ook een visitekaartje. Eén antwoord in woede kan het vertrouwen dat in jaren is opgebouwd, in één klap tenietdoen. Als we ons recht zoeken, laten we dat dan kalm en langs wettige weg doen.
Bij kwetsende of racistische taal
De dienaren van de Erbarmer zeggen “Vrede” en gaan door als onwetenden hen uitdagen. (al-Furqan, 25:63) Dit is geen onrecht door de vingers zien, maar je waardigheid bewaren. Laat wie van ons gediscrimineerd wordt, zijn woede niet richten op woorden en geweld, maar op wettige klachten en juridische wegen.

Achter het scherm
Een reactie die in woede op sociale media wordt geschreven, reikt verder dan een stem; zelfs gewist laat ze sporen na. Laten we niet schrijven als we boos zijn; en als we toch geschreven hebben, laten we wachten voor we iets versturen. Laten we geen nieuws delen zonder na te gaan of het klopt. (al-Hujurat, 49:6)
In de gemeenschap en de vereniging
Een meningsverschil op een vergadering, een krenking bij het vrijwilligerswerk… Laten we de rust in onze moskee niet opofferen aan eigen woede. Laten we het idee tegenspreken, maar de persoon niet kwetsen.

Hoogstens drie dagen onmin
Onze Profeet heeft gezegd dat het een moslim niet toegestaan is zijn broeder langer dan drie dagen te mijden, en dat de beste van twee mensen die zich bij een ontmoeting van elkaar afwenden, degene is die als eerste groet. (al-Bukhari, Adab, 62) Hij heeft ook meegedeeld dat de daden op maandag en donderdag worden voorgelegd, en dat over twee mensen tussen wie vijandschap bestaat, gezegd wordt: “Wacht met deze twee tot ze zich verzoend hebben.” (Muslim, Birr, 35)
- Dag 1Laat de woede bedarenStel woorden en beslissingen uit tot een rustig moment.
- Dag 2Laat het hart zacht wordenDenk aan excuses en aan elkaar vrijspreken; laat de gekrenktheid niet groeien.
- Dag 3Groet als eersteKlop aan, bel op, zet zelf de eerste stap naar vrede.

IX. Van de preekstoel naar het hart: een hart zonder wrok en zeven voornemens
De dag beginnen met een hart zonder wrok, en zeven voornemens om zichtbaar thuis op te hangen.
Beste gelovigen! Tegen wie hebben we vandaag een knoop in ons hart?
Laten we even nadenken. Misschien is er een broer of zus, een familielid of een vroegere zakenpartner met wie we al jaren niet meer spreken. Misschien heeft iemand ons onrecht aangedaan; of misschien hebben wij iemands hart gebroken en liet onze trots niet toe om excuses aan te bieden. Het leven is niet lang genoeg om onmin te laten wachten. Hoeveel mensen trokken erop uit om zich te verzoenen, en vonden nog slechts een grafsteen!
يَا بُنَيَّ، إِنْ قَدَرْتَ أَنْ تُصْبِحَ وَتُمْسِيَ لَيْسَ فِي قَلْبِكَ غِشٌّ لِأَحَدٍ فَافْعَلْ
وَذَلِكَ مِنْ سُنَّتِي، وَمَنْ أَحْيَا سُنَّتِي فَقَدْ أَحَبَّنِي
Mijn lieve jongen! Als je de ochtend en de avond kunt doorbrengen zonder wrok of kwade bedoeling tegenover wie dan ook in je hart, doe dat dan. Dat is mijn soenna. En wie mijn soenna levend houdt, heeft mij liefgehad.
at-Tirmidhi, ‘Ilm, 16 (2678); at-Tirmidhi noemt hem “hasan gharib”; uittreksel uit de overlevering
- Als ik boos word, zwijg ik. Ik stel mijn woorden uit tot mijn woede bedaard is, en laat geen kwetsend woord over mijn lippen komen.
- Ik vlucht naar Allah. Ik zeg “A‘udhu billahi min ash-shaytan ar-rajim” en leg mijn woede in de handen van mijn Heer.
- Ik verander van plaats en houding. Sta ik, dan ga ik zitten; zo nodig ga ik weg, verricht ik woedoe en gun ik mezelf tijd.
- Ik beslis pas op een rustig moment. In woede zweer ik geen eed, spreek ik geen scheiding uit, verstuur ik geen berichten en neem ik geen beslissingen.
- Thuis verhef ik mijn stem niet. Ik schreeuw niet tegen mijn man of vrouw en mijn kinderen, ik hef geen hand tegen hen op en ik verneder hen niet.
- Ik mijd niemand langer dan drie dagen. Wie mij gekrenkt heeft, groet ik als eerste; ik schroom niet om excuses aan te bieden en excuses te aanvaarden.
- Elke nacht reinig ik mijn hart. Ik neem me voor te gaan slapen zonder wrok tegen wie dan ook, en ik bid ook voor de rechte leiding van wie mij gekwetst heeft.
وَمَا زَادَ اللَّهُ عَبْدًا بِعَفْوٍ إِلَّا عِزًّا
Allah laat een dienaar die vergeeft alleen maar toenemen in eer en aanzien.
Muslim, Birr, 69 (2588); uittreksel uit de overlevering
Woede zet afstand tussen harten; vergeving overbrugt die. Laten we, wanneer we na deze vrijdag vertrekken, een naam in gedachten houden: de naam van wie we zullen bellen, wie we zullen groeten, wie we om vergeving zullen vragen. Laten we ons nu met dit voornemen tot onze Heer keren.

Afsluiting en smeekbede van onze gemeenschap in Europa
We wenden ons tot onze Heer, opdat Hij de wrok uit onze harten wegneemt.
Dierbare broeders en zusters! Laten we onze harten openen voor onze Heer.
أَعُوذُ بِاللَّهِ مِنَ الشَّيْطَانِ الرَّجِيمِ
الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ، وَالصَّلَاةُ وَالسَّلَامُ عَلَى رَسُولِنَا مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِهِ وَصَحْبِهِ أَجْمَعِينَ
Ik zoek toevlucht bij Allah tegen het kwaad van de vervloekte satan. Alle lof komt Allah toe, de Heer der werelden. Allahs zegen en vrede zij met onze Profeet Mohammed, met zijn familie en al zijn metgezellen.
Lofprijzing: al-Fatiha, 1:2. Toevlucht en zegenbede: vrije tekst
رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا وَلِإِخْوَانِنَا الَّذِينَ سَبَقُونَا بِالْإِيمَانِ وَلَا تَجْعَلْ فِي قُلُوبِنَا غِلًّا لِّلَّذِينَ آمَنُوا رَبَّنَا إِنَّكَ رَءُوفٌ رَّحِيمٌ
Onze Heer! Vergeef ons en onze broeders en zusters die ons in het geloof zijn voorgegaan. Laat in onze harten geen enkele wrok achter tegenover hen die geloven. Onze Heer! Voorwaar, U bent vol mededogen, zeer barmhartig.
al-Hashr, 59:10; de smeekbede uit het vers
O Allah! U bent al-‘Afuww, U houdt van vergeven; vergeef ons. Laat onze woede ons niet beheersen. Bescherm onze tong tegen kwetsende woorden en onze handen tegen onrecht. Schenk ons de kracht om te zwijgen in een moment van woede, rechtvaardig te blijven in onze boosheid en te vergeven wanneer we sterk staan.
Onze Heer! Vul onze huizen met rust en onze tafels met genegenheid. Verzoen wie met elkaar in onmin leven; breng gekwetste harten weer bij elkaar. Wees de helper van wie onrecht lijdt en de beschermer van wie geweld ondergaat; en schenk ons de kracht om aan de zijde van de onderdrukte te staan.
O Allah! Maak ons hier in Europa tot vertegenwoordigers van goed karakter; maak ons tot dienaren die vertrouwen geven aan onze buren en aan de mensen van de stad waar we wonen. Schenk rechte leiding aan wie ons kwaad doet, en gemoedsrust aan wie wij hebben gekwetst.
Wa‘fu ‘anna waghfir lana warhamna, anta mawlana: Onze Heer! Vergeef ons, schenk ons vergiffenis en ontferm U over ons; U bent onze Beschermheer (al-Baqara, 2:286). Geef ons het goede in deze wereld en in het hiernamaals, en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur. Maak ons tot dienaren die zich vormen naar het schone karakter van de edele Boodschapper, die vergeven en vergeven worden. Amin. Walhamdu lillahi rabbi l-‘alamin. Al-Fatiha.
Verzen, hadiths en andere bronnen
De vertalingen geven de betekenis weer; ingekorte verzen en hadiths zijn in de tekst aangegeven. De Arabische koranteksten komen uit de Tanzil-tekst; de hadithteksten zijn vergeleken met Tecrîd-i Sarîh en Hadislerle İslâm.
- Verzen: al-Fatiha 1:2; Ta-Ha 20:25–28; al-Ma‘arij 70:19–35; al-Taghabun 64:14; al-Baqara 2:237; al-Shura 42:40; al-Nisa’ 4:43; al-Shura 42:30; Fatir 35:45; al-Nur 24:22; Yusuf 12:92; Al ‘Imran 3:103; al-A‘raf 7:199; Fussilat 41:34–36; al-Shura 42:37–43; Al ‘Imran 3:134; Al ‘Imran 3:159; al-Furqan 25:63; al-Hujurat 49:6; al-Hashr 59:10; al-Baqara 2:286; al-Baqara 2:201.
- Hadiths: at-Tirmidhi, Birr 69 (2016); al-Bukhari, Hudud 42 (6853); al-Bukhari, Tawhid 22 (7422); at-Tirmidhi, Da‘awat 84 (3513); al-Bayhaqi, as-Sunan al-kubra IX, 195; al-Bukhari, Bad’ al-Khalq 7 (3231); al-Bukhari, Anbiya’ 54 (3477); al-Bukhari, Maghazi 32; Ibn Hanbal III, 389; al-Bukhari, Maghazi 24 (4072); Muslim, Fada’il 79; al-Bukhari, Mazalim 10; al-Bukhari, Adab 76 (6114, 6116); Muslim, Birr 107 en 109; Ibn Hanbal I, 239; Abu Dawud, Adab 3–4; at-Tirmidhi, Birr 74; Muslim, Iman 25; Muslim, Fada’il 51; al-Bukhari, Adab 62; Muslim, Birr 35; at-Tirmidhi, ‘Ilm 16 (2678); Muslim, Birr 69 (2588).
- Encyclopedie en koranuitleg: TDV İslâm Ansiklopedisi, “Af” en “Dü’sûr b. Hâris”; Kur’an Yolu (al-A‘raf 199, Al ‘Imran 134, Fussilat 34, al-Nur 22); ar-Raghib al-Isfahani, al-Mufradat, “safh”; Ibn Rajab, Jami‘ al-‘ulum wa-l-hikam, hadith 16.
- Beelden: de scènes zijn illustraties die met artificiële intelligentie zijn gemaakt; op de afbeeldingen van historische plaatsen zijn geen personen afgebeeld. Het verhaal “Waarom schreeuwen mensen?” en de scène “Geduld aan de kassa” zijn eveneens illustratief.